Beatriz Flamini was 40 jaar oud toen alles vanbinnen instortte.
Ze was aerobicsinstructrice in Madrid, had een geordend leven, en toch klopte er iets niet. Ze liet alles achter zich en verhuisde naar de Sierra de Gredos, waar ze leerde mensen in de bergen te redden en met het absolute minimum te overleven. Die crisis vormde de kiem voor wat daarna zou komen: 500 dagen volledig alleen in een grot in Motril, Granada, 70 meter onder de grond, zonder de zon te zien of met iemand te spreken.


Ze ging naar binnen toen ze 48 was en kwam naar buiten toen ze 50 was. Ze las, breide, sportte, raakte haar tijdsbesef kwijt en overleefde zelfs een vliegenplaag waardoor er larven in de grot uitkwamen. Toen ze uiteindelijk weer naar de oppervlakte klom, wilde ze niet weg. Ze zei dat de ervaring “uitstekend en ongeëvenaard” was. Ze deed het niet voor roem of een record: ze deed het om zichzelf te trainen in iets wat maar heel weinig mensen begrijpen — volledig alleen met jezelf zijn en daar niet bang voor zijn.
