Twaalf mensen, slechts één mogelijk vonnis. Maar één van hen wilde niet wijken.

In het proces tegen Lindsay Clancy, de moeder uit Massachusetts die ervan wordt beschuldigd haar drie kinderen te hebben gedood, bestond de jury uit 9 vrouwen en 3 mannen. Elf van hen vonden elkaar: ze waren van mening dat er voldoende gronden waren om haar niet schuldig te verklaren wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Slechts één bleef zich tot het einde verzetten.

Roni Carlson, de juryvoorzitter, zei dat die man toegaf redelijke twijfel te hebben, maar desondanks weigerde voor vrijspraak te stemmen. De andere vrouwelijke juryleden staken hun frustratie niet onder stoelen of banken: ze zeiden dat hij niet naar hen luisterde en zich vastklampte aan één idee: dat Lindsay haar kinderen op brute wijze had gedood, zonder de rest van het bewijs te kunnen verwerken.

Het gevolg was onvermijdelijk. Zonder unanimiteit verklaarde de rechter het proces nietig. En de vraag die blijft hangen is of elf overtuigde mensen genoeg zijn om van gerechtigheid te spreken, of dat het gewicht van één enkele twijfel precies even zwaar weegt als dat van alle anderen samen.

