Jamie Ogg woog nauwelijks 1 kilo toen hij werd geboren.

Het was 25 maart 2010 in Sydney, en hij kwam twee maanden te vroeg ter wereld, samen met zijn tweelingzus Emily. Artsen vochten 20 minuten om hem te reanimeren. Toen gaven ze het op en verklaarden hem dood. Dat was het moment waarop zijn moeder, Kate Ogg, vroeg of ze hem nog één keer mocht vasthouden: ze legde hem huid-op-huid op haar blote borst, niet voor een wonder, alleen om afscheid te nemen.


Er gingen minuten voorbij. De arts waarschuwde dat elke beweging puur reflexmatig zou zijn, niets meer. Maar Jamie begon naar adem te happen. Hij opende zijn ogen. En toen Kate een druppel moedermelk naar zijn lippen bracht, nam hij die aan. Specialisten spreken tegenwoordig over de kangoeroemethode en over hoe de warmte en hartslag van een moeder een premature baby op de rand van het leven kunnen ondersteunen. Wat met zekerheid bekend is, is dit: die jongen van wie ze voor altijd afscheid zouden nemen, leeft nog steeds.

