Venezuela beefde nog na toen de video de sociale media bereikte. Een vrouw die was gefilmd in een inzamelcentrum vroeg mensen — op ferme toon — om geen tortilla’s, verse melk of hüttenkäse te sturen voor de getroffenen van de aardbeving van 24 juni 2026. Haar argument: die voedingsmiddelen moeten gekoeld worden en bederven onderweg naar La Guaira, de zwaarst getroffen staat door de aardbevingen van 7.2 en 7.5 die minstens 920 doden, meer dan 3,300 gewonden en duizenden dakloze gezinnen achterlieten.

De reactie was onmiddellijk en furieus. Tienduizenden mensen beschuldigden haar ervan solidariteit te ontmoedigen op het slechtst denkbare moment. Sommigen gingen nog verder: zij wezen erop dat verpakte, verzegelde tortilla’s wekenlang houdbaar kunnen blijven zonder koeling nodig te hebben, waardoor de geldigheid van haar argument in twijfel werd getrokken. Anderen verdedigden haar echter en zeiden dat ze alleen maar probeerde donateurs te sturen naar producten die daadwerkelijk nuttig zouden zijn.

Wat niemand betwistte, was de context om haar heen: Venezuela verwerkt een ongekende humanitaire catastrofe in de recente tijd, met beschuldigingen van ondermaatse bouw die de instortingen verergerde en een regering die dagen na de aardbeving de toegang tot de staat La Guaira beperkte. In dat scenario heeft de vraag die de video achterliet nog steeds geen duidelijk antwoord: was zij een vrijwilliger die effectiever probeerde te helpen, of iemand die er niet in slaagde het gewicht van haar woorden te begrijpen tegenover zoveel verlies?

