Twee aardbevingen achter elkaar. Dat was genoeg om gebouwen in Caracas te doen instorten en tientallen mensen de straat op te laten gaan, zonder te weten wat ze anders moesten doen, behalve knielen.

Terwijl reddingsteams tussen het puin werkten op zoek naar degenen die vastzaten, vormden hun buren gebedskringen midden op straat. Sommigen huilden. Anderen knepen hun ogen stijf dicht en bewogen hun lippen in stilte. Het maakte niet uit of ze elkaar kenden: dezelfde wanhoop bracht hen samen in een kring, schouder aan schouder, biddend dat er leven zou zijn aan de andere kant van het gevallen beton.

Beelden van de gezamenlijke noodkreet in de straten van de Venezolaanse hoofdstad verspreidden zich snel op sociale media, en wat het hardst aankomt is niet de ramp zelf, maar dat rauwe en onweerstaanbare geloof van degenen die niets anders meer kunnen doen dan bidden en wachten.
