Binnen de cellen van Costa Rica stonden televisies aan, warmden magnetrons eten op en waren kabels in de muur gestoken alsof het gewoon een ander huis was.

Daar kwam abrupt een einde aan. President Laura Fernández Delgado en de minister van Justitie en Vrede, Gabriel Aguilar, gaven opdracht tot een operatie waarbij 352 televisies en 238 magnetrons werden verwijderd en elk laatste stopcontact uit de cellen werd gerukt. Geen elektriciteit binnen handbereik, geen schermen, geen gemakken die normaal leken maar er al jaren waren, zo genormaliseerd dat niemand ze binnen het gevangenissysteem in twijfel trok.

De achterliggende logica is koel en berekend: zonder stopcontacten is er geen manier om apparaten te gebruiken die vaak dienden om illegale activiteiten van binnenuit te coördineren. De regering presenteert het als een streng criminaliteitsbestrijdingsbeleid, geïnspireerd door El Salvador, met als doelstelling zoals Aguilar die formuleerde: dat de staat, niet de gedetineerden, bepaalt wat er achter die muren gebeurt.
