
Dartavius Barnes reed gewoon door Springfield, Illinois, toen de politie hem wegens te hard rijden aan de kant zette.
Toen ze zijn auto doorzochten, vonden de agenten een metalen, kogelvormig doosje. Ze dachten dat het drugs waren. Binnenin zat de as van Ta’Naja, de dochter van Barnes, die op 2-jarige leeftijd was overleden. Zonder toestemming te vragen, openden ze de verzegelde urn en testten ze die op verdovende middelen, waarbij een deel van de as werd gemorst terwijl de vader huilend uitriep “nee, nee, nee… dat is mijn dochter” — alles vastgelegd door de bodycams van de agenten.

De uitslag was negatief, zoals verwacht. Barnes nam mee wat er nog van de urn over was, maar hij kon de grammen as die voor altijd verloren waren gegaan nooit terugkrijgen. Uiteindelijk klaagde hij de politie van Springfield en zes agenten aan wegens het ontheiligen van de stoffelijke resten van zijn dochter zonder toestemming. Ze ontkenden iedere verantwoordelijkheid en verzochten de rechtbank om gekwalificeerde immuniteit.
