Sinds 1976 is een groep zonder zichtbare naam, zonder hoofdkwartier, zonder leiders en zonder publieke identiteiten binnengedrongen in pelsdierfokkerijen, slachthuizen en laboratoria over de hele wereld. Hun enige doel: de dieren daar weghalen.

Ze noemen zichzelf het Animal Liberation Front, ALF, en opereren als een netwerk van onafhankelijke cellen waarin iedereen onder hun naam kan handelen als die zich aan één absolute regel houdt: schaad geen enkel leven, mens noch dier. Die structuur maakt hen bijna onmogelijk om te ontmantelen. Er is geen leider om te arresteren, geen hiërarchie om te infiltreren. De geredde dieren komen terecht in netwerken van opvangcentra en toevluchtsoorden die hen opnemen zonder vragen te stellen.

De FBI heeft hen geclassificeerd als een bedreiging vanwege de economische sabotage en materiële schade die ze bij elke operatie veroorzaken. Hun critici zien hen als criminelen. Hun verdedigers, als de gewapende vleugel van compassie. Wat moeilijk te negeren valt, is dat de beweging in bijna vijftig jaar van clandestiene invallen die code intact heeft gehouden: geen enkel leven geschaad.
