Matheus Marques was 18 jaar oud toen hij in september 2025 een operatie onderging. Er moest een tumor in het nekdeel van zijn ruggenmerg worden verwijderd. Toen hij wakker werd, kon hij vanaf zijn nek naar beneden niets meer bewegen. Niets.
De artsen in Capão da Canoa, Brazilië, konden hem niets met zekerheid beloven. Hij zou al zijn bewegingsvermogen, een deel ervan of helemaal niets kunnen terugkrijgen. Zo vertelden ze het hem, zonder er doekjes om te winden.

Matheus was opgegroeid in een christelijk gezin, maar wel in een gezin waar het geloof werd overgenomen zonder er veel vragen bij te stellen. Tetraplegie deed hem er vragen bij stellen. Hij besloot zich te laten dopen te midden van de onzekerheid, toen hij nog niet wist of hij ooit weer zou lopen.
“Als ik niet alles had meegemaakt wat ik heb meegemaakt, zou ik zeker geen relatie met God hebben”, bekende hij maanden later.

Dankzij voortdurende revalidatie begon hij weer beweging terug te krijgen. Eerst één vinger. Toen een arm. Vandaag loopt hij zonder krukken, hoewel hij ze voor de zekerheid bij zich draagt.
“God heeft wonderen verricht en ik heb weer normaal kunnen leven”, zei hij.

Zijn herstelproces is nog steeds gaande. Maar elke stap die hij zet, bewijst dat een diagnose niet altijd een vonnis is.
