Marissa Harvey was 15 jaar oud en bracht Pasen door bij haar zus in San Francisco. Op 27 maart 1978 ging ze paardrijden in Golden Gate Park en keerde ze nooit meer terug.

De volgende dag vonden enkele surfers haar lichaam in het struikgewas van Sutro Heights Park, het uitkijkpunt boven Ocean Beach. Op de grond lag een oorbel, samen met een met haar bloed besmeurd blad. Volgens de SF Chronicle was ze geslagen en met een koord gewurgd, en uit de autopsie bleek dat ze seksueel was misbruikt. Er zat een stukje opgedroogde kauwgom vast op haar rug. Begin jaren 2000 bracht DNA-onderzoek een mannelijk DNA-profiel aan het licht op haar kleding en op de kauwgom, maar omdat er geen overeenkomsten waren, liep de zaak opnieuw vast.

In 2020 heropende de coldcase-eenheid de zaak. Met behulp van geavanceerde DNA-analyse en genetische genealogie voor opsporingsdoeleinden spoorden rechercheurs Mark Personette op, een man uit Colorado. Hij had ontkend ooit in San Francisco te zijn geweest, maar in zijn woning vonden ze kaarten van de stad uit de jaren 70 en Californische kentekenplaten met registratiestickers uit 1979. Een nieuwe analyse bevestigde dat zijn DNA op de trui, de spijkerbroek en de kauwgom zat.

Tijdens het proces getuigde een andere vrouw dat hij haar in 1979 had verkracht, toen ze 16 was. In november 2025 werd hij schuldig bevonden aan moord met voorbedachten rade en nu heeft hij, op 80-jarige leeftijd, een levenslange gevangenisstraf gekregen, met de mogelijkheid van voorwaardelijke vrijlating over zeven jaar. Officier van justitie Brooke Jenkins zei dat hij na bijna vijf decennia ter verantwoording wordt geroepen.
