Een team van statistici van de Universiteit van Innsbruck, Oostenrijk, onder leiding van professor Achim Zeileis, bouwde een kunstmatig intelligentiemodel dat het hele toernooi steeds opnieuw nabootst, volgens het officiële FIFA-schema, verlengingen en strafschoppenseries. Het resultaat van 100.000 runs levert iets concreets op: Spanje is het nationale team met de grootste kans om de trofee te winnen, met een waarschijnlijkheid van 14.5%, op de voet gevolgd door Engeland en Frankrijk, beide op 12.4%, en Duitsland op 11.2%.
Opvallend is dat Argentinië en Portugal verder naar achteren staan dan velen zouden verwachten: de wereldkampioenen komen uit op 8.2% en de Portugezen op 8.9%. Waarom zo laag? De onderzoekers leggen het zelf uit: het nieuwe format met 48 teams en meer knock-outrondes verdeelt de kansen over meer nationale teams, waardoor de historische voordelen van de traditionele grootmachten afnemen.

Het model gokt niet: het verwerkt wedstrijden van nationale teams uit de afgelopen acht jaar, de odds van bookmakers, marktwaardes van Transfermarkt, de FIFA-ranglijst en zelfs het bbp per hoofd van de bevolking van elk land. Dat alles voedt een “random forest”-systeem, een techniek die duizenden beslissingsbomen combineert die zijn getraind op gegevens vanaf het WK van 2006. Zoals de auteurs zeggen, is het alsof je met verzwaarde dobbelstenen gooit: elk team heeft verschillende kansen om te scoren afhankelijk van zijn niveau en zijn tegenstander.
