Yasuo Takamatsu was 67 toen het verhaal hem aantrof terwijl hij zich voorbereidde op alweer een duik in de koude wateren van Onagawa, Japan. Hij deed sinds 2013 steeds hetzelfde, honderden keren, op zoek naar iets waarvan de wetenschap hem al had verteld dat hij het waarschijnlijk nooit zou vinden. Het lichaam van zijn vrouw Yuko, 47, dat werd meegesleurd door de tsunami van 11 maart 2011.

Het laatste bericht dat Yasuo van haar ontving, luidde: “Gaat het goed met je? Ik wil naar huis”. Een maand later vond iemand haar roze telefoon op een nabijgelegen parkeerplaats. Daarin stond een niet-verzonden bericht, geschreven om 3:25 in de middag: “Zo veel tsunami”. Dat was het laatste bewijs dat Yuko nog leefde, een medewerkster van Bank 77 in Onagawa, een van de 12 mensen die op het dak van haar kantoor omkwamen toen de golf meer dan 15 meter hoog werd, veel hoger dan de autoriteiten hadden verwacht.

Sindsdien werd Yasuo een gecertificeerde duiker en is hij meer dan 600 keer naar de zeebodem afgedaald. Hij heeft alleen fotoalbums en kleding gevonden van anderen die eveneens verloren gingen. Van Yuko nog steeds geen spoor. Maar hij blijft elke week afdalen, trouw aan een belofte die niemand anders hoorde.

