Raffi Stepanian, een inwoner van Whitestone, Queens, brengt zijn middagen door op zijn knieën op het beton in Manhattan’s Diamond District, aan 47th Street. Hij draagt een pincet en een botermes. Hij is niet op zoek naar munten: hij is op zoek naar goud.

Het idee ontstond toen hij sporen van edelmetaal vond op de vloer van een diamantbeurs. Hij dacht dat als het binnen viel, het ook buiten moest vallen. Hij had gelijk. Uit de scheuren in de stoep verzamelt hij scherven van diamanten en robijnen, platina en gouden sluitingen die losraken van de kleding, schoenen en sieraden van duizenden mensen die elke dag over dat blok lopen.

In slechts zes dagen verzamelde hij genoeg materiaal voor twee verkopen die samen 819 dollar opleverden. Hij vergelijkt het met het verzamelen van blikjes voor recycling, maar dan met goud dat zich al 60 jaar onder de voeten van New York ophoopt. De juweliers in de buurt kennen hem inmiddels al, en sommigen grappen zelfs dat een deel van dat goud van hen is.

