Koplampen kunnen veranderen in langgerekte vegen. Voor sommige mensen met astigmatisme zien autolampen, straatlantaarns en verlichte borden er wazig uit of lijken ze een soort lichtspoor achter te laten; ze zien er anders uit dan voor iemand zonder deze aandoening.

Astigmatisme verandert de manier waarop licht in het oog wordt gebundeld: het komt niet op één enkel punt op het netvlies terecht. ‘s Nachts kan het contrast tussen felle lichten en een donkere achtergrond dit effect opvallender maken.

Daarom melden sommige mensen met astigmatisme dat ze ‘s nachts meer moeite hebben met autorijden, vooral wanneer ze recht in koplampen en andere felle lichten kijken. De juiste correctie—een bril of contactlenzen voorgeschreven door een oogarts—kan deze effecten helpen verminderen.

