Edson Izidoro verscheen voor de nachtdiensten in het Salgado Filho-ziekenhuis, in Rio de Janeiro, met een routine die niemand binnen het medisch centrum veel te lang in twijfel trok: hij identificeerde de meest kwetsbare patiënten, haalde hun zuurstoftoevoer weg of injecteerde hen met stoffen, en wachtte. Elk overlijden leverde hem een provisie op van de uitvaartondernemingen waarmee hij, volgens de Braziliaanse autoriteiten, een systematische regeling onderhield.

De zaak, die eind jaren 1990 aan het licht kwam, legde bloot wat onderzoekers de “uitvaartmaffia” noemden: een netwerk dat de dood binnen een openbaar ziekenhuis te gelde maakte. Izidoro bekende uiteindelijk zijn betrokkenheid bij de moord op meerdere patiënten, hoewel schattingen destijds suggereerden dat het werkelijke aantal slachtoffers de honderd zou kunnen overschrijden. De formele veroordelingen hadden echter slechts betrekking op een beperkt aantal zaken.

Wat deze zaak bijzonder verontrustend maakte, was niet alleen de kilheid van de methode, maar ook de vertrouwenspositie die Izidoro innam: die van iemand aan wie patiënten en hun families hun leven toevertrouwden zonder hem in twijfel te trekken. Brazilië debatteerde jarenlang over welke toezichtmechanismen hadden gefaald waardoor zo’n constructie onopgemerkt kon opereren.

