Ze was 37 en had 13 jaar eerder een plan gemaakt.

Voordat ze met genderbevestigende hormoontherapie begon, besloot deze transgender vrouw, die werd behandeld in het Amsterdamse centrum voor genderdysforie, haar sperma te laten cryopreserveren. Ze wist niet wanneer, maar ze wilde ooit moeder worden. In 2020 werd die toekomst werkelijkheid: haar partner, een cisgender vrouw, raakte zwanger via intracytoplasmatische sperma-injectie met behulp van dat sperma, dat meer dan tien jaar was opgeslagen.

Wat daarna kwam, was een medisch experiment op haar eigen lichaam. Een team gaf haar een hormoonregime dat een zwangerschap nabootste — estradiol, progesteron en domperidon als galactagoog — om haar lichaam voor de gek te houden en de melkproductie op gang te brengen. Een maand voor de geboorte verlaagden ze de doseringen om een bevalling te simuleren en verhoogden ze de frequentie van het afkolven. De melkproductie kwam op gang, zij het in kleine hoeveelheden. Het was alleen genoeg als aanvulling op de voeding, en twee weken na de geboorte moesten ze met het proces stoppen vanwege de zuigproblemen van de baby. De artsen concludeerden dat de echte waarde niet in de hoeveelheid lag, maar in de band die haar getransformeerde lichaam met haar kind wist te creëren.
