Hij was 6 maanden oud en had één dag koorts en hoest gehad toen hij positief testte op COVID-19.

In het ziekenhuis in Bangkok kreeg hij favipiravir voorgeschreven, een antiviraal middel dat wordt gebruikt tegen virussen zoals influenza en ebola. Slechts 18 uur later keek zijn moeder in het zonlicht naar zijn ogen en kon ze het niet geloven: de donkerbruine kleur die ze altijd hadden gehad, was veranderd in een intense indigoblauwe kleur. Noch de huid, nagels of het haar van de baby veranderden—alleen zijn hoornvliezen.

De artsen stopten onmiddellijk met de behandeling, en vijf dagen later was de kleur weer normaal. De verklaring was noch magie noch blijvende schade: bij de afbraak ervan komen fluorescerende stoffen vrij die zich tijdelijk in het oog kunnen ophopen. Het was zo’n zeldzaam verschijnsel dat het uiteindelijk als klinische casus in een wetenschappelijk tijdschrift werd gedocumenteerd.
