D.Z was 27 jaar oud, al moeder van vijf kinderen, en had ermee ingestemd de baby van een ander stel te dragen.
In april 2025 werd in Queensland, Australië, een embryo van BNJ en DRJ, een stel dat vanwege een medische aandoening niet kon verwekken, via IVF bij haar geïmplanteerd.

Twee weken later liet een echo iets zien wat niemand had verwacht: DZ droeg een tweeling, hoewel er maar één embryo was teruggeplaatst.

De kans dat dit was gebeurd, was vrijwel onmogelijk te berekenen: vrijwel tegelijkertijd was DZ op natuurlijke wijze zwanger geraakt van haar echtgenoot FZ.

DNA-tests bevestigden het maanden later: het meisje was de genetische dochter van BNJ en DRJ, en de jongen was de biologische zoon van DZ en FZ.
Ze werden op dezelfde dag geboren, tijdens dezelfde keizersnede, in november 2025.

De wet van Queensland verbiedt het scheiden van kinderen die als onderdeel van dezelfde meerling zijn geboren, dus kwam de zaak voor de kinderrechter, waar rechter Jodie Wooldridge iets moest oplossen wat de wet nooit had voorzien: zijn ze broer en zus als ze niet dezelfde genetische oorsprong delen?
Haar uitspraak bepaalde dat dit niet zo was en stond elk gezin toe zijn eigen kind afzonderlijk op te voeden.
