133 keer. Dat is het exacte aantal keren dat een Braziliaanse vrouw op één dag aanbelde bij het huis van Jungkook, een lid van BTS. Het was geen vergissing of toeval: het maakte deel uit van een patroon van systematische stalking dat wekenlang duurde en niet stopte, zelfs niet ondanks arrestaties of gerechtelijke bevelen.

Volgens de arrondissementsrechtbank Seoul Western bezocht de verdachte in december 2025 minstens 22 keer de woning van de zanger. Bij een van die pogingen probeerde ze het terrein binnen te glippen door gebruik te maken van een thuisbezorging. Ze liet brieven en voorwerpen achter in de omgeving. De politie vaardigde een noodbevel uit dat haar verbood binnen 100 meter van de plek te komen. Dat negeerde ze. Ze werd gearresteerd. En in januari 2026 kwam ze terug.

Op 8 mei 2026 veroordeelde de rechtbank haar tot een gevangenisstraf van één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De drie maanden die ze al in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werden als verzachtende omstandigheid meegewogen. Het vonnis voorziet in haar uitzetting uit Zuid-Korea zodra de uitspraak onherroepelijk wordt, al zou een hoger beroep dat kunnen voorkomen. Wat de zaak ook blootlegt, is dat dit geen op zichzelf staand incident is: in 2025 probeerden drie andere vrouwen — Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse — zich met geweld toegang te verschaffen tot hetzelfde huis. Jungkook is niet de uitzondering; hij staat centraal in een praktijk die Zuid-Korea al jaren niet weet in te dammen.

