Bedekt met stof en te zwak om te bewegen lag een hond vast onder het puin dat door de aardbevingen in Venezuela was achtergelaten. Redders vonden het roerloos en naderden voorzichtig om het water te geven, terwijl brandweerlieden met hun blote handen begonnen te graven en steen voor steen verwijderden, zonder machines, zonder omwegen.

De cijfers van de ramp zijn verwoestend: volgens het laatste rapport van de autoriteiten zijn er minstens 589 doden en meer dan 50,000 vermisten, die waarschuwen dat de aantallen kunnen blijven veranderen terwijl de reddingsoperaties doorgaan. In die context was het stilleggen van het werk om een dier te redden geen verplichting, het was een keuze.

En die beslissing is wat werd vastgelegd. Want te midden van zoveel pijn waren het die handen die het puin stukje bij beetje verwijderden, voor één enkel klein leven, die even iets als hoop terugbrachten.
