Op het Sint-Pietersplein deed een baby, gekleed in een witte soutane en zucchetto, te midden van duizenden gelovigen iets wat geen enkele volwassene voor elkaar kreeg: paus Leo XIV abrupt doen stilstaan.

Zijn moeder had hem tot in elk detail aangekleed — de witte stof, het kleine pauselijke mutsje. Ze tilde hem boven de menigte uit in de hoop dat iemand hem zou opmerken. De paus merkte hem op. Leo XIV draaide zich om, kwam dichterbij, nam het kleine hoofdje van de baby in zijn handen en zegende hem langzaam, terwijl de aanwezigen stil vielen.

De baby, zich van niets bewust, keek toe met die enorme ogen die nieuwkomers in de wereld hebben. Twee pausen oog in oog — de een met tientallen jaren geloof, de ander met slechts enkele maanden leven.
