Benjamin Schreiber had al jaren in de gevangenis gezeten voor moord toen zijn lichaam hem een uitweg bood die geen enkele advocaat zich had kunnen voorstellen. In 2015 zorgde een septische intoxicatie ervoor dat zijn hart meerdere keren stopte. Artsen reanimeerden hem, hoewel hij zelf een “niet reanimeren”-verklaring had ondertekend.

Schreiber besloot die tegenstrijdigheid om te zetten in een juridisch argument. Hij diende een verzoekschrift in bij de rechtbanken van Iowa, waarin hij stelde dat zijn levenslange gevangenisstraf, nu hij technisch gezien was gestorven, was komen te vervallen. De logica was eenvoudig: als de straf was om voor altijd opgesloten te leven, en hij was gestopt met leven, al was het maar een paar minuten, dan was de straf al uitgezeten.

Het Hof van Beroep van Iowa verwierp het argument in 2019 met een zin die de wereld rondging: Schreiber “was óf nog in leven, in welk geval hij in de gevangenis moest blijven, óf hij was dood, in welk geval dit beroep zonder voorwerp was”. Hij stierf in 2023 in de gevangenis, op 70-jarige leeftijd, en liet daarmee een van de meest ongewone juridische pogingen in de moderne rechtsgeschiedenis achter.
