
Tim Coulson, een zoöloog aan de University of Oxford, publiceerde een analyse die al circuleert in academische kringen: als Homo sapiens morgen zou verdwijnen, zouden octopussen de sterkste kandidaat zijn om de cognitieve niche te bezetten die wij leeg zouden achterlaten. Hij zegt het niet als metafoor. Hij onderbouwt het met concrete biologie: octopussen beschikken over een zenuwstelsel met 500 miljoen neuronen, waarvan twee derde in hun tentakels is verdeeld, wat hen in staat stelt informatie op een gedecentraliseerde manier te verwerken, zonder afhankelijk te zijn van een centraal brein. Ze gebruiken gereedschap, lossen doolhoven op, communiceren via complexe chromatische patronen en tonen langetermijngeheugen. Coulson betoogt dat, gegeven genoeg tijd — miljoenen jaren evolutionaire druk zonder menselijke concurrentie — die vermogens zouden kunnen opschalen naar vormen van sociale organisatie en uiteindelijk naar beschavingen met onderwaterarchitectuur. Primaten, dolfijnen en kraaiachtigen staan ook op zijn lijst, maar geen daarvan combineert fysieke behendigheid en gedistribueerde cognitie met dezelfde dichtheid als koppotigen. Evolutie, verduidelijkt Coulson, volgt geen scripts: het is het ecologische vacuüm dat bepaalt wie de ruimte vult.
