Op 5 augustus 2009 arriveerde Dalia Dippolito bij haar huis in Florida, Verenigde Staten, en trof daar een door de politie in scène gezette plaats delict aan.
De agenten vertelden haar dat haar man, Michael Dippolito, was overleden. Ze huilde, leek overstuur en vroeg of ze hem mocht zien.

Maar de rechercheurs hadden al opnamen waarop te horen was dat ze betrokken was bij een plan om hem te laten vermoorden.
Enkele maanden nadat ze waren getrouwd, had Dalia gezocht naar iemand die een huurmoordenaar voor haar kon vinden. De tussenpersoon waarschuwde de autoriteiten.
Een undercoveragent deed zich voor als huurmoordenaar en nam zijn gesprekken met haar op.
In een daarvan zei Dalia dat ze “er 5.000 % zeker van” was dat ze door wilde gaan.
De agenten beschermden Michael en deden alsof hij was vermoord om de operatie af te ronden.

Toen ze haar naar het politiebureau brachten, onthulden ze dat haar man nog leefde en dat de vermeende huurmoordenaar een politieagent was.
Alles werd op video opgenomen.
Na een vernietigde veroordeling en verschillende rechtszaken kreeg ze in 2017 een gevangenisstraf van 16 jaar opgelegd wegens het uitlokken van een moord.

De moord heeft nooit plaatsgevonden. De politie zette het in scène, en uiteindelijk belandde ze in de gevangenis.
