Antwerpen, België, eind jaren 90. Romelu Lukaku was pas 6 jaar oud toen hij zijn keuken binnenliep en iets zag wat hij nooit zou vergeten: zijn moeder die melk met water mengde zodat die de hele week meeging.


“We hadden niet genoeg geld om rond te komen. We waren geruïneerd. Niet alleen arm, maar platzak”, zou hij jaren later bekennen. Die nacht deed hij zichzelf, zonder een woord te zeggen, een belofte.

Bij hem thuis verdween eerst de kabeltelevisie, daarna de elektriciteit, daarna het warme water. Zijn moeder verwarmde water in een ketel zodat ze zich konden wassen, en soms moest ze op de pof brood vragen bij de bakker in de buurt.

Hij vroeg zijn vader op welke leeftijd hij geld kon beginnen te verdienen. “Op 16-jarige leeftijd”, antwoordde hij. Diezelfde dag besloot hij dat hij de beste speler uit de geschiedenis van België zou worden.
Op zijn 16e maakte hij zijn debuut voor Anderlecht. Daarna volgden Chelsea, Everton, Manchester United, Inter Milan en Napoli.


Vandaag is hij de topscorer aller tijden van zijn nationale ploeg, met meer dan 70 doelpunten, en elk daarvan draagt die belofte uit zijn kindertijd met zich mee.
