Jonatan is 34 jaar oud. Hij mist beide benen en één arm.
Elke ochtend zet hij zich schrap op de grond en beweegt hij zich over zandwegen voort, terwijl hij een kleine kar achter zich aansleept. Daarin vervoert hij eieren, kippen, maïs, melk. Alles wat hij die dag heeft kunnen verzamelen om te verkopen.
Hij bedelt niet. Niemand heeft hem ooit een lege hand zien ophouden. Hij werkt, en daarmee onderhoudt hij zijn gezin.

Ook zijn moeder heeft hulp nodig: ze heeft haar gehoor verloren en heeft geen geld voor hoortoestellen. Jonatan weet dit, en toch blijft hij zijn kar voortduwen, meter voor meter over het zand.
Hij droomt van iets eenvoudigs: beenprotheses en een rolstoel die goed werkt. Niet om te rusten. Om sneller te werken, verder te gaan, elke dag iets meer op zichzelf te kunnen vertrouwen.
Er zijn verhalen die geen opsmuk nodig hebben. Dit is er één van.

Een man zonder beide benen en zonder één arm koos er elke ochtend voor om niet op te geven. Hij koos ervoor om letterlijk en voor altijd zijn eigen gewicht te dragen, in plaats van anderen te vragen dat voor hem te doen.
Als je ooit hebt getwijfeld aan wat waardigheid betekent, dan zie je het hier: in een kar die over het zand wordt gesleept, voortgeduwd door iemand die nooit is gestopt met proberen.
