Ze was 24 en had net het eerste seizoen van Game of Thrones afgerond.

Emilia Clarke was in februari 2011 aan het trainen in een sportschool toen er een aneurysma in haar hoofd scheurde. Artsen stelden bij haar een subarachnoïdale bloeding vast, een type beroerte waaraan volgens haar eigen relaas ongeveer een derde van de patiënten onmiddellijk of kort daarna overlijdt. Ze onderging drie uur lang een operatie. Toen ze wakker werd, vroeg een verpleegkundige haar haar naam te zeggen, maar dat lukte niet. Ze raakte in paniek. Ze klampte zich vast aan regels uit de serie om te controleren of haar geheugen er nog was.
Ze verbleef nog een week op de intensive care, totdat de afasie verdween, en een maand later verliet ze het ziekenhuis. Maar de nachtmerrie was nog niet voorbij: ze kreeg te horen dat ze aan de andere kant van haar hersenen nog een, kleiner aneurysma had, dat elk moment kon barsten. Jaren later, toen ze op Broadway optrad, bleek uit een scan dat het twee keer zo groot was geworden. De tweede operatie mislukte en er trad een enorme bloeding op.

Terwijl de wereld haar zag als Daenerys, vocht ze een strijd waar bijna niemand iets van wist. In 2019 vertelde ze haar verhaal in The New Yorker.
