Karina’s vijfjarige dochter sliep in de kamer ernaast toen haar ex-partner een hamer pakte.


Het was 22 september 2025, de dag waarop ze 35 werd. Ze was na een etentje met vrienden thuisgekomen in Fontibón, Bogotá. Volgens haar relaas kwamen de klappen op haar schedel en gezicht terecht — tussen de 20 en meer dan 24, afhankelijk van de verschillende verklaringen. Terwijl dit allemaal gebeurde, hield één gedachte haar op de been: ik ga niet dood.

Ze overleefde het. Er volgden een coma, ziekenhuisopnames, operaties en maandenlange behandelingen. Haar dochter moest leren wat het betekende om haar moeder te missen terwijl die nog leefde, maar vaak afwezig was.


Een jaar later viert Karina Rincón Durán weer een levensjaar, in een compleet nieuw leven. Ze liet voor het eerst haar gezicht op televisie zien, richtte een stichting op die haar naam draagt om vrouwen te steunen die slachtoffer zijn van geweld, en zag haar aanvaller tot 21 jaar gevangenisstraf veroordeeld worden — een straf die ze onvoldoende vindt.

Want er zijn wonden die geen enkele foto kan laten zien. En er zijn ook mensen die desondanks opnieuw de kaarsjes uitblazen voor een nieuw levensjaar.


