Nani’s jeugd werd gekenmerkt door armoede en honger. Hij woonde met zijn moeder en zijn acht broers en zussen in een huis waarvan de vloer gaten had waardoor ratten en hagedissen naar binnen kwamen.

“Na verloop van tijd werden ratten en hagedissen iets normaals voor ons. Als kind is het ongelooflijk waar je allemaal aan kunt wennen”. Maar er was één ding waar hij nooit aan wist te wennen: “Aan honger kun je nooit wennen”.

Op tienjarige leeftijd begon Nani samen met zijn broer Paulo Roberto in de welvarendere wijken van Lissabon om eten te vragen. Daar kregen ze brood, soep, koekjes en een pizza die hij zich nog steeds herinnert.
“Als je nooit echte honger hebt gekend, denk je misschien dat ik overdrijf. Maar ik proef die pizza nog steeds”. Voetbal werd uiteindelijk zijn uitweg uit de armoede.
Nani begon te geloven dat God hem had uitgekozen om zijn familie te helpen door voetballer te worden.
