
In de Sont, op ongeveer 9 kilometer van de haven van Kopenhagen, ligt een eiland dat vóór 1910 op geen enkele kaart voorkwam. Denemarken bouwde het vanaf nul, met ongeveer 2 miljoen ton steen, beton en zand, om 550 soldaten te huisvesten en de hoofdstad met zware artillerie te beschermen. Het probleem — of de ironie — is dat Denemarken tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, dus Flakfortet loste nooit één enkel schot.
Wat daarna kwam, maakte van het fort iets interessanters dan welke veldslag dan ook. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden de tunnels en toegangspunten als ontsnappingspunt voor Deense Joden die naar Zweden vluchtten. In 1968 verliet het leger het. En in 2001 verwierf een Zweeds bedrijf het voor het equivalent van ongeveer 400,000 dollar. Vandaag de dag heeft Flakfortet, na decennia van transformatie, een restaurant, accommodaties, conferentieruimtes, een jachthaven, een helikopterplatform en een eigen ontziltingsinstallatie. Het ontvangt tot 50,000 bezoekers per seizoen.
Het staat nu te koop voor 11.8 miljoen dollar. Maar wie het ook koopt, zal het niet van de wereld kunnen afsluiten: de Deense wet verplicht de nieuwe eigenaar het open te houden voor het publiek, en voor elke renovatie is toestemming nodig van de culturele-erfgoedinstantie van het land. Het werd in 2015 al te koop gezet zonder een koper te vinden. De open vraag is wat voor soort eigenaar bereid is elf miljoen te betalen voor iets dat technisch gezien nog steeds van iedereen zal zijn.
