
Nick James, een 45-jarige Britse meubelmaker, zag zijn moeder aan kanker overlijden en zag daarna bij zijn broer een darmtumor ontstaan. Toen genetische tests bevestigden dat hij het Lynch-syndroomgen droeg — een mutatie die het risico op colorectale kanker drastisch vergroot — werd hij de eerste deelnemer aan een klinische proef onder leiding van professor John Burn: een dagelijkse dosis aspirine als preventief schild. Tien jaar later heeft James de ziekte niet ontwikkeld. Het mechanisme achter het effect wijst op twee routes: aspirine zou het Cox-2-enzym remmen, dat betrokken is bij de ongecontroleerde groei van cellen, en tromboxaan A2 blokkeren, een stollingsstof die kankercellen voor het immuunsysteem zou kunnen verbergen. Door die te blokkeren, zouden kwaadaardige cellen effectiever worden blootgesteld en geëlimineerd. Een tweede proef, geleid door de Zweedse onderzoeker Martling en gepubliceerd in september 2025, bevestigde de resultaten met nog lagere doses — tussen 75 en 100 mg — en met minimale bijwerkingen. De impact was zo onmiddellijk dat Zweden sinds januari 2026 al preventieve aspirine aanbiedt aan alle patiënten met darmkanker die die genetische mutaties hebben.
