Georgina was net 18 voorbij toen ze Jaca verliet met 100 euro die haar moeder haar had gegeven.
Voor de rode lopers en foto’s op jachten serveerde ze maaltijden van 10 euro in een klein restaurant in Graus, Huesca, en hield ze elke fooi van 2 euro als een schat.


Ze maakte ook kamers schoon in een hotel bij Barbastro, streek de lakens van andere mensen, verkocht handtassen en kleding, en reisde het continent door om in Bristol, Engeland, op kinderen te passen, voordat ze in Madrid aankwam.


Daar ontmoette ze achter de toonbank van een Gucci-winkel de man die haar levensverhaal voor altijd zou veranderen: Cristiano Ronaldo.

Maar wanneer Georgina terugdenkt aan die jaren waarin elke fooi werd geteld, is ze duidelijk — ze zou het geluk dat ze toen had niet inruilen voor het geluk dat ze nu heeft; ze zegt alleen dat ze anders waren.
