Jorlan Alves da Silva droeg een zwarte pruik, een gestreepte jurk, sandalen en gelakte vingernagels toen de politie hem op zondag 13 september onderschepte in Mulungu, Paraíba. Hij had een tweejarig kind in zijn armen dat niet van hem was. Wat hem verraadde, was een kleine vergissing: de jurk verschoof en onthulde een tatoeage die de agenten al hadden herkend.


De operatie duurde 48 uur en volgde op een mislukte poging om hem twintig dagen eerder te arresteren. Eenmaal aangehouden bekende de 33-jarige Da Silva tegenover de politie dat hij in de loop van 20 jaar 80 moorden had gepleegd, waaronder die op zijn eigen vader, toen hij pas 13 was. Tot nu toe hebben onderzoekers hem definitief kunnen linken aan slechts 16 moorden die in de afgelopen drie maanden zijn gepleegd, en dankzij zijn aanwijzingen hebben ze al minstens één begraven lichaam gevonden.
Als het aantal van 80 slachtoffers wordt bevestigd, zou hij Pedro Rodrigues Filho, de ‘Braziliaanse Dexter’, voorbijstreven en de meest productieve seriemoordenaar in de geschiedenis van Brazilië worden. Het kind dat hij bij zich had, werd door artsen onderzocht en was ongedeerd. Zijn relatie met Da Silva blijft onduidelijk.


