Johan Vásquez en zijn broer Rigoberto verlieten Navojoa, Sonora, met slechts één zekerheid: ze wilden de Eerste Divisie halen. Al het andere was onzeker. Ze vestigden zich in Ciudad Nezahualcóyotl zonder geld, zonder kennissen en zonder vangnet. Hun vader stuurde hun 200 pesos per week — minder dan 12 dollar — waarmee ze eten, vervoer en al het andere moesten betalen. Eieren, tortilla’s en melk waren het gebruikelijke menu. Er waren dagen waarop ze zonder ontbijt naar de training gingen.

Ze klopten aan bij Pachuca, Cruz Azul en Pumas. Alle drie bleven gesloten. Cruz Azul ging verder dan wie dan ook in het afwijzen van hem: het sloot hem uit vanwege voedingsproblemen, een rechtstreeks gevolg van de ontberingen die hij op dat moment doormaakte. In plaats van op te geven keerde Johan terug naar Sonora en vond hij een kans bij Cimarrones, een Ascenso MX-club waar hij begon te schitteren als nooit tevoren.

Eén enkele Copa MX-wedstrijd was genoeg voor Monterrey om het oog op hem te laten vallen. De transfersom lag rond de twee miljoen dollar. Vanaf dat moment bleef het pad omhooggaan: een olympische medaille in Tokyo 2020, een overstap naar het Italiaanse voetbal met Genoa en uiteindelijk het shirt van Mexico op het WK 2026 als basisspeler. Dezelfde speler van wie ze zeiden dat hij fysiek niet in staat was om te spelen. 🙌

