Het begon allemaal met een gesprek in de bus, zo eentje dat niemand van tevoren plant. Een jonge man hoorde een oude man iets uitleggen wat hij moeilijk kon geloven: dat het oor niet zomaar een stukje kraakbeen is, maar een kaart van het lichaam.
De techniek heet auriculotherapie en vindt haar oorsprong in de traditionele Chinese geneeskunde en acupunctuur. Het centrale idee is dat de oorschelp als een microsysteem functioneert. Als je er op die manier naar kijkt, heeft die de vorm van een omgekeerde foetus: de oorlel staat voor het hoofd, en de rest van het buitenoor komt overeen met organen, functies en zelfs emoties.

De therapeut zoekt naar reactieve punten en stimuleert die met vaccariazaadjes, kleine magneetjes, naalden, lasers, elektrostimulatie of een eenvoudige massage. De zaadjes worden met een pleister op hun plaats gehouden en blijven een paar dagen zitten, zodat de persoon er zachtjes op kan drukken.
De methode wordt gebruikt als aanvullende therapie, en het bewijs voor de werkzaamheid blijft beperkt. Toch melden sommige onderzoeken voordelen, bijvoorbeeld bij het verminderen van stress. Een terloops gesprek mondde uit in een les over hoe bepaalde tradities naar het lichaam kijken.

