José Herón Badillo was vier jaar oud en leed aan terminale leukemie toen hij in mei 1990 tijdens het pastorale bezoek van de paus aan Zacatecas aan Johannes Paulus II werd voorgesteld.

De behandelingen hadden zijn lichaam verzwakt en de medische prognose bood geen hoop.

De paus keek hem vol mededogen aan, omhelsde hem en kuste zijn voorhoofd. Korte tijd later bleek uit tests dat de leukemie volledig was verdwenen; de specialisten die hem behandelden waren verbijsterd door een herstel dat ze niet konden verklaren.

Jaren later schreef José zijn genezing toe aan Gods handelen door het gebaar van de Heilige Vader.
Ook zijn familie dankt God en de voorspraak van Johannes Paulus II.
Voor hen blijft die omhelzing verbonden met het moment waarop het leven van de jongen een andere wending nam.
