Izabel was 35 toen een arts haar vertelde dat ze nooit moeder zou kunnen worden.

De arts gaf haar een wrede benaming om het uit te leggen: “mongolisme”, de term die vroeger werd gebruikt voor het syndroom van Down. Ze groeide op in een landelijk gebied van Morrinhos, Goiás, Brazilië, als jongste van 19 broers en zussen, zonder dat iemand de kenmerken van haar aandoening opmerkte. Ze schreven alles toe aan het feit dat ze de jongste en meest verwende in het gezin was.

Minder dan een jaar na dat consult raakte ze zwanger van Cristinna, die nu 33 is en geen syndroom van Down heeft. Izabel trouwde op 26-jarige leeftijd met José, haar neef, en bouwde een leven op dat de wetenschap bijna onmogelijk achtte. Vandaag, op 70-jarige leeftijd, is ze de grootmoeder van drie kleinkinderen en het levende bewijs dat de levensverwachting met deze aandoening voorgoed is veranderd. Van slechts 9 jaar in 1920 naar meer dan 60 vandaag.

