In 1972 begonnen George en Molly Hunt meeuwennesten te tellen op Santa Barbara Island, 61 kilometer voor de kust van Californië.
Iets klopte niet: 10 % van de nesten had zes eieren, twee keer het normale aantal voor deze soort, aangezien het fysiek onmogelijk is dat ze meer dan drie eieren leggen. Niemand begreep waarom, totdat de onderzoekers met een theorie kwamen: homoseksualiteit.


Maar in tegenstelling tot andere vogels is seksueel dimorfisme bij meeuwen niet erg duidelijk, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke meeuwen geen opvallende fysieke verschillen hebben. Om de theorie te bevestigen, moesten de wetenschappers dus een van de vruchtbaarste paren opofferen.
Bij het ontleden ontdekten ze dat beide meeuwen eierstokken hadden. De vrouwtjes hadden hun eigen strategie gevonden: ze paarden met mannetjes om hun eieren te bevruchten, maar vormden koppels met andere vrouwtjes, en samen bouwden ze het nest, broedden ze de eieren uit en zorgden ze voor hun jongen.

De bevinding werd in 1977 gepubliceerd in het tijdschrift Science en veroorzaakte zo’n schandaal dat het Congres van de Verenigde Staten probeerde het budget van de National Science Foundation te blokkeren, die een deel van het onderzoek had gefinancierd.
Misschien was het merkwaardigste aan dit verhaal nooit de meeuwen, maar wij. Terwijl zij gewoon doorgingen met zich voortplanten en samen hun jongen grootbrengen, waren het de mensen die van hun gedrag een moreel probleem moesten maken, en hoe ongemakkelijk een waarheid ook mag zijn, vroeg of laat komt die aan het licht.
