De 24-jarige Bibek Kumal groef een put in Bidur, Nepal, toen hij een vreemd gefluit hoorde.
Zijn collega’s schreeuwden en renden weg voordat hij dat deed. Tegen de tijd dat Kumal uit het anderhalve meter diepe gat wist te klimmen, was het al te laat: een muur van water, modder en rotsen verzwolg alles op zijn pad, alsof de berg zelf uit elkaar was gevallen. “Ik begon te rennen. Toen stortte het neer als een aardbeving”, vertelde hij vanuit zijn bed in het National Trauma Center in Kathmandu.

De stroming sleurde hem door het puin mee totdat hij verstrikt raakte in de takken van een mangoboom. Vanaf daar keek hij, gewond en zich aan de bast vastklampend, toe hoe het huis waar hij werkte volledig onder water verdween. De politie redde hem uren later. Door de overstromingen zijn nabij de grens met Tibet al minstens 650 mensen omgekomen en worden duizenden mensen vermist.
