James Maroon was 29 jaar oud toen hij het eerste vliegtuig in het World Trade Center zag crashen.
Hij was die ochtend in 2001 slechts een paar straten verderop, op weg naar de torens. Zijn vader werkte daarbinnen. Hij kende mensen die nooit meer naar buiten kwamen. Sindsdien is die hoek van Manhattan voor hem niet zomaar een adres — het is een plek die hij met zich meedraagt.

Vandaag de dag keert hij daar elke nacht terug, op 54-jarige leeftijd. Vijf keer per week, tussen middernacht en zonsopgang, stapt hij samen met zijn team het water van de herdenkingsbassins in.

Ze stofzuigen elk bassin tientallen keren en verwijderen bladeren, munten en speelgoed dat uit de handen van bezoekers valt. Werk dat bijna niemand ziet, precies op de plek waar de torens ooit stonden.

Maroon zegt dat hij niet elke dag aan die dag probeert te denken, omdat het te veel zou zijn. Maar naarmate de herdenking nadert, keren de herinneringen vanzelf terug. En toch keert hij elke nacht terug naar het water.
Video:
