Thomas Plamberger werd schuldig bevonden aan dood door grove nalatigheid nadat zijn vriendin, de 33-jarige Kerstin Gurtner, tijdens een beklimming van de Grossglockner, de hoogste berg van Oostenrijk, op 3.798 meter was overleden. De tragedie vond plaats op 19 januari 2025, toen het stel onder winterse omstandigheden probeerde de top te bereiken.

Het stel bereikte een punt op ongeveer 50 meter van de top, maar Kerstin was uitgeput en kon niet langer verder. Plamberger, 37, hield vol dat hij had geprobeerd haar te helpen en uiteindelijk was afgedaald om hulp te zoeken, omdat ze zich allebei hadden gerealiseerd dat ze daar niet de nacht zouden kunnen doorbrengen. Volgens zijn verklaring vroeg zij hem om hulp te gaan halen. Het Openbaar Ministerie was echter van mening dat hij tijdens de expeditie een reeks ernstige fouten had gemaakt en dat hij, als de meer ervaren bergbeklimmer, een bijzondere verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheid van de beklimming.

De elementen die tijdens het proces werden onderzocht, waren onder meer de routeplanning, het moment waarop ze besloten door te gaan ondanks de verslechterende omstandigheden en de beschikbare uitrusting. De autoriteiten reconstrueerden ook de bewegingen van het stel aan de hand van gegevens van hun sporthorloges en ander bewijsmateriaal. Een camera die zich op de berg bevond, legde hen beiden vlak bij de top vast voordat Plamberger alleen afdaalde. Kerstin werd de volgende dag dood aangetroffen, nadat ze urenlang aan de extreme omstandigheden was blootgesteld.

Op 19 februari 2026 werd hij door een rechtbank in Innsbruck schuldig bevonden aan dood door grove nalatigheid. De rechtbank stelde vast dat er tijdens de expeditie een verantwoordelijkheidsrelatie bestond, dat de tocht onvoldoende was gepland, dat deze niet tijdig was afgebroken en dat er eerder mogelijkheden waren geweest om hulp in te roepen. De rechtbank oordeelde ook dat een deel van de gebruikte uitrusting niet geschikt genoeg was voor de omstandigheden.

Plamberger kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en een boete van 9.600 euro. Uit het vonnis bleek niet dat hij de bedoeling had gehad Kerstins dood te veroorzaken, maar wel dat een opeenstapeling van nalatige beslissingen uiteindelijk aan haar dood had bijgedragen. De bergbeklimmer ging later in beroep tegen het vonnis, waardoor de zaak mogelijk nog verdere juridische procedures zal doorlopen.
