Luchito arriveerde alleen bij het hotel van het trainingskamp van het Zuid-Afrikaanse nationale team in Pachuca, Hidalgo, met drie dingen onder zijn arm: een Panini-album met alle Bafana Bafana-stickers er al in geplakt, een Zuid-Afrikaanse vlag en een in het Engels geschreven bord waarop om handtekeningen werd gevraagd. Hij wachtte. En bleef wachten. Volgens verschillende bronnen stond hij meer dan drie dagen buiten het hotel.

Wat er daarna gebeurde, ging binnen enkele uren viraal. Bondscoach Hugo Broos kwam persoonlijk naar buiten, gebaarde dat hij dichterbij moest komen, omhelsde hem en gaf hem het officiële shirt van het team — in zijn maat. Daarna kwamen de spelers. Eén voor één. Alle 26. Ze gingen in de rij staan om het zojuist geschonken shirt te signeren en met hem op de foto te gaan.

Dagen later keerde Luchito met zijn familie terug naar Estadio Hidalgo om de voor het publiek toegankelijke training bij te wonen. Voetbal kan veel dingen zijn. Maar soms, in een stille rij van 26 mannen die wachten om een jongen te begroeten, wordt het iets dat moeilijk níét te voelen is.
