Jonathan Samuel Meléndez Ochoa was 38 jaar oud en de toetsenist van Camilo Séptimo, een Mexicaanse indierockband. Die middag vertelde hij zijn vriend Freddy dat hij een zakelijke partner zou ontmoeten. Hij deed één specifiek verzoek: dat Freddy de politie zou bellen als hij die avond niets van hem hoorde.

Om 11:50pm drongen de autoriteiten het penthouse van de familie binnen in het Grand Viure-complex, in Atizapán de Zaragoza, vlak bij Mexico-Stad. Ze vonden vier lichamen. Ana Paula, zijn 35-jarige vrouw, die vier maanden zwanger was. Sofía, de dochter van het stel, pas 3 jaar oud. Aleyda Romero, 21, het kindermeisje van de familie. Drie van hen waren in het hoofd geschoten; de vierde in de rug. Ook de hond van de familie werd dood aangetroffen, met zijn poten vastgebonden.

Het 6-jarige zoontje van het stel overleefde. Volgens de aanklagers vond de misdaad plaats tussen 5:30pm en 7:40pm, en vermoedelijk was een verdachte het gebouw binnengekomen voordat Jonathan thuiskwam. Twee mannen werden in minder dan 12 uur gearresteerd. De band nam afscheid van hem door hem ‘onze geliefde broer’ te noemen.

