Jan Broberg was 12 jaar oud toen ze wakker werd met haar armen en benen vastgebonden aan een bed in een camper in de Mexicaanse woestijn.

Een opgenomen stem legde uit dat buitenaardse wezens haar hadden uitgekozen om hun stervende planeet te redden: ze moest een man ontmoeten en een kind met hem krijgen, anders zou haar kleine zusje worden ontvoerd. Die man was Robert Berchtold, een goede vriend van haar familie in Idaho, een man die trouw naar de kerk ging en Jan’s ouders ook al maandenlang had gemanipuleerd.

Berchtold hield dat sciencefictionverhaal in stand om haar te misbruiken en onder controle te houden zonder dat iemand argwaan kreeg. De FBI vond haar vijf weken later, maar Jan hield het misbruik uit angst geheim. Pas toen ze 15 was, na een afspraakje met een jongen van school waarbij geen van de aangekondigde rampen plaatsvond, begon ze te beseffen dat het allemaal een leugen was. Berchtold zat nauwelijks 15 dagen in de gevangenis voor de ontvoering, verkrachting en het misbruik van andere minderjarigen, en maakte een einde aan zijn leven voordat hij het vonnis voor het opnieuw stalken van haar te horen kreeg.
