Tiziano was 4 jaar oud, woonde in Entre Ríos en onderging een kankerbehandeling. Op een koude dag zag hij onderweg naar de kleuterschool een man alleen op de stoep zitten. Zonder te aarzelen vroeg hij zijn moeder te stoppen: “Laten we iets kopen voor opa”. Hij gaf hem een broodje en vroeg of hij blij was. De man, die Tano heet, antwoordde met tranen in zijn ogen: “Ja, mijn zoon”.

Tano was 55 jaar oud, had zijn hele leven als metselaar gewerkt, en zijn eigen dochter had zijn huis van hem afgenomen. Hij had meer dan een jaar op straat geslapen met gewonde voeten. De volgende dag, toen Tiziano en zijn moeder Florencia terugkwamen met schoenen en warme kleren, was Tano er niet meer. 15 dagen lang zochten ze in de buurt naar hem zonder hem te vinden. Toen ze hem eindelijk vonden, was de beslissing al genomen: ze namen hem mee naar huis, gaven hem een warm bad, eten en een eigen kamer.

Vandaag zijn Tiziano en Tano onafscheidelijk. Ze spelen, lezen verhaaltjes en tuinieren samen. Elke ochtend brengt de kleine jongen hem ontbijt. Soms verschijnt de persoon die je het meest nodig hebt wanneer je het het minst verwacht, en soms is degene die je vindt nog maar vier jaar oud. 🌱

