Het koninklijke protocol bepaalde dat een prinses niemand met haar blote handen mocht aanraken. Daar waren handschoenen voor: een stoffen barrière tussen de kroon en de wereld.
Diana deed ze uit.


Ze omhelsde mensen met hiv toen de hele wereld bang voor hen was. In ziekenhuizen hield ze de handen van zieke mensen vast, zonder iets ertussen. In een tijd waarin aanraking beangstigend was, koos ze ervoor mensen aan te raken.

En dat was nog maar een van haar stille daden van verzet. Ze zat comfortabel met haar benen over elkaar, terwijl het koninklijke handboek voorschreef dat haar knieën tegen elkaar moesten zijn en haar enkels elkaar nauwelijks mochten raken.

Ze verruilde stijve hoedjes voor spijkerbroeken. Toen ze in 1981 met de toenmalige prins Charles trouwde, schrapte ze één woord uit haar geloften: gehoorzamen.

Met haar kinderen ging ze nog verder. In plaats van hen geïsoleerd binnen de muren van het paleis op te voeden, stuurde ze hen naar een openbare school. Ze nam hen mee naar McDonald’s. Ze nam hen mee naar pretparken, om net als ieder ander kind in de rij te staan en een jeugd te beleven die geen enkel koninklijk handboek ooit had voorzien.

Dit alles kwam niet zonder prijs. Diana kreeg te maken met berispingen, spanningen binnen de familie en de constante druk van een instelling die niet snel vergaf. Maar elke regel die ze brak, was een keuze: om eerst mens en pas daarna symbool te zijn.

Het volk kroonde haar niet tot prinses. Ze verdiende het, handschoen na handschoen, omhelzing na omhelzing.

