
1,2 miljard mensen keken naar de openingsshow van het WK. De Super Bowl, met Bad Bunny op het podium, trok 600 miljoen. Het is geen nek-aan-nekrace: het is het dubbele.
De verklaring ligt in de onderliggende cijfers. Terwijl American football zijn enorme publiek bijna uitsluitend in de Verenigde Staten concentreert, mobiliseert voetbal meer dan 200 landen tegelijk. De WK-finale concurreert niet eens in dezelfde categorie: die trekt meer dan 1,5 miljard kijkers, een cijfer waar geen enkel ander sportevenement met één wedstrijd ook maar in de buurt van komt.
Ook het format vergroot het verschil. Het WK duurt meer dan een maand, bouwt spanning op in elke uithoek van de planeet en brengt hele landen tot stilstand wanneer hun nationale teams verder komen. De Super Bowl duurt één dag, briljant en spectaculair, maar beperkt in zijn geografische reikwijdte. De gegevens bevestigen het zonder enige twijfel: qua wereldwijd publiek heeft voetbal geen rivaal.
