

Ian heeft een ritueel dat hij geen enkele avond overslaat.
Hij omhelst Palta, zijn kleine hondje, trekt haar dicht tegen zijn borst en begint haar, alsof hij een favoriet verhaal steeds opnieuw vertelt, het verhaal te vertellen over hoe ze elkaar hebben ontmoet. Hij vertelt het haar langzaam, alsof ze elk woord zou kunnen begrijpen: “sinds je kwam, ben ik gelukkiger—je bent prachtig”. Palta blijft stil, tegen hem aan geleund, en luistert met die aandacht die alleen honden hebben wanneer ze weten dat er tegen hén wordt gesproken.
Er is geen verborgen camera of iets dat voor de gelegenheid in scène is gezet: het is gewoon een jongen die de dag afsluit met zijn metgezel, die zijn routine veranderde. Pure tederheid, het soort dat geen uitleg nodig heeft.
