In de jaren 1970 en 1980 kregen duizenden mensen met hemofilie in het Verenigd Koninkrijk Factor VIII, een behandeling die hielp het bloeden door de ziekte onder controle te houden. Het probleem was dat sommige van deze producten waren gemaakt met plasma van donoren met een hoog risico in de Verenigde Staten. Gevangenissen waren een van de plaatsen waar het plasma vandaan kwam.

Een van de getroffenen was Colin Smith, die in Wales werd geboren met hemofilie A. Hij kreeg voor het eerst Factor VIII toen hij ongeveer één jaar oud was. Zijn ouders vertrouwden de artsen die hun zoon behandelden en volgens de verklaring van zijn moeder Janet aan het Britse onderzoek legde niemand hun de risico’s van de behandeling uit.

Toen Colin ongeveer twee jaar oud was, vertelde professor Arthur Bloom hun dat de jongen hiv had opgelopen. Janet herinnerde zich tijdens het onderzoek dat ze het nieuws te horen kregen in een ziekenhuisgang, in het bijzijn van andere patiënten en familieleden.

Colins gezondheid verslechterde geleidelijk. Hij kreeg twee keer een longontsteking, leed aan frequente luchtweginfecties en miste uiteindelijk steeds vaker school. Zijn ouders zeiden zelfs dat andere ouders dreigden hun kinderen van school te halen als Colin zonder een privéverpleegkundige naar school zou komen.

In 1988 begon hij AZT te gebruiken, een geneesmiddel dat toen werd beschouwd als een mogelijke bron van hoop voor mensen met hiv. Zijn moeder herinnerde zich dat Bloom het voorstelde als een soort “wondermiddel”, een medicijn dat zijn leven kon redden. Maar Colin bleef achteruitgaan.

Tegelijkertijd leed het gezin onder het enorme stigma dat in die jaren met hiv gepaard ging. Zijn zaak werd later opgenomen in de Infected Blood Inquiry, het Britse openbare onderzoek dat was ingesteld om vast te stellen hoe duizenden mensen besmet raakten via besmet bloed en bloedproducten. Janet en Colin Smith getuigden ervoor in juli 2019.

Colin overleed in januari 1990, toen hij pas 7 jaar oud was. Hij woog slechts 13 pond, ongeveer 5.9 kilo, en zijn lichaam was zwaar aangetast door hiv en hepatitis C. Tientallen jaren later bewaarden zijn ouders nog steeds het kleine blauwe dekentje waarin hij was gewikkeld toen hij stierf. Zijn moeder liet het in 2024 zien en zei: “Het ruikt nog steeds naar hem” —“Het ruikt nog steeds naar hem”.

Het onderzoek naar besmet bloed bekeek later de medische beslissingen, de gebruikte producten en de informatie die patiënten en hun families kregen. Colins zaak werd zo een van de pijnlijkste getuigenissen in een schandaal dat duizenden mensen in het Verenigd Koninkrijk trof.
