Tim Curry was pas 10 jaar oud toen zijn wereld instortte.

Zijn vader, Jim Curry, een methodistische marineaalmoezenier, kreeg een beroerte en weken later maakte een longontsteking, terwijl hij al in het ziekenhuis lag, een einde aan zijn leven. Hij was pas 49 jaar oud. In zijn autobiografie ‘Vagabond: A Memoir’ bekent de acteur die later Pennywise en Frank-N-Furter tot leven zou brengen dat het verlies hem deed wegzinken in een eenzaamheid die nooit helemaal verdween. Hij probeerde ‘de man des huizes’ te worden om zijn moeder te steunen, maar hij had nooit het gevoel dat hij die rol overtuigend vervulde — en zij, gebroken door verdriet, werd naarmate de maanden verstreken prikkelbaar.

Het meest hartverscheurende deel kwam decennia later. In 2012, inmiddels een gevierd acteur, kreeg Curry zelf een beroerte in zijn huis in Los Angeles. Terwijl hij naar adem snakte, dacht hij aan zijn vader, aan dezelfde ziekte die hem had weggenomen toen hij nog maar een kind was. Het verhaal was rond met een echo die hij zelf niet anders kon dan voelen.

